Loading...
 

Handelingen 5, 34-42

Handelingen 5, 34-42: Gamaliël spreekt

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1726)

Maar één van de leiders stond op. Het was de farizeeër Gamaliël. Hij was een wetsleraar voor wie het hele volk respect had.
Gamaliël zei dat de apostelen buiten moesten wachten. Daarna zei hij: ‘Mannen van Israël, denk goed na voordat jullie deze mannen doden! Want een tijdje geleden zei Teudas dat hij een bijzonder iemand was en dat hij het volk zou leiden. Hij kreeg ongeveer vierhonderd volgelingen. Maar toen werd hij gedood, en de groep van zijn volgelingen viel uit elkaar. Er bleef niets van over.
Daarna kwam Judas uit Galilea. Hij begon een opstand tegen de Romeinen. Dat was in de tijd dat de keizer de inwoners van zijn rijk liet tellen. Maar ook Judas ging dood, en zijn volgelingen werden verjaagd.
Daarom waarschuw ik jullie: Laat de volgelingen van Jezus met rust. Laat ze hun gang maar gaan. Want als hun werk niets met God te maken heeft, dan mislukt het toch wel. Maar als het Gods werk is, dan kunnen jullie niets tegen hen doen. Als jullie dat toch proberen, dan vechten jullie tegen God!’

De andere leiders waren het met Gamaliël eens. Ze lieten de apostelen weer binnenkomen en zeiden: ‘Wij verbieden jullie om over Jezus te spreken.’ De apostelen werden geslagen, en daarna werden ze vrijgelaten.
De apostelen gingen weg. Ze waren er trots op dat ze beledigd en geslagen waren vanwege Jezus. En ze bleven elke dag uitleg geven, in de tempel of bij iemand thuis. Ze vertelden het goede nieuws dat Jezus de messias is.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Nu was er in het Sanhedrin een Farizeeër, Gamaliël.
Die wetgeleerde werd erg gewaardeerd door het volk.
Gamaliël liet de apostelen even naar buiten gaan. Toen zei hij:
‘Mannen van Israël, denk goed na over wat jullie met hen willen doen.
Voor onze tijd leefde Teudas. Hij wilde het volk leiden.
Ongeveer vierhonderd mensen volgden hem.
Hij werd gedood en al zijn volgelingen werden uiteengedreven.
Na hem, toen er een volkstelling werd gehouden,
was er Judas de Galileeër. Hij had veel volgelingen.
Ook hij ging te gronde en allen die hem volgden, raakten verspreid.
Daarom zeg ik nu: laat deze mensen hun gang gaan.
Als dit mensenwerk is, dan zal het op niets uitlopen.
Maar als het Gods werk is,
dan zullen jullie hen toch niet kunnen uiteen slaan.
Het zou zelfs de indruk kunnen geven
dat jullie zich tegen God verzetten.’
Het sanhedrin liet zich door hem overtuigen.
Ze riepen de apostelen terug naar binnen.
Ze lieten hen geselen,
verboden hun te spreken in de naam van Jezus
en lieten hen vrij.
De apostelen verlieten het Sanhedrin,
Blij dat ze waardig bevonden waren
vernederd te worden omwille van de naam van Jezus.
Zij bleven verder elke dag in de tempel en in de huizen les geven
en de blijde Boodschap verkondigen, dat Jezus de Messias is.



Stilstaan bij …

Sanhedrin
(werd ook ‘Hoge Raad’ genoemd)
Dit was de hoogste rechtbank en het hoogste bestuursorgaan van de Joden in Jeruzalem. Die Raad had het hoofdtoezicht op godsdienstzaken.

Gamaliël
Gamaliël was een rabbijn, een Farizeeër, een lid van het Sanhedrin en leermeester van Paulus (volgens Handelingen 22, 3). Hij was de zoon of de kleinzoon van de bekende rabbijn Hillel. Hij stierf rond 50 na Christus.
Gamaliël was een sterke persoonlijkheid. Hij stond bekend als ruimdenkend en zeer gematigd. Hij verbeterde de juridische positie van de vrouw. Gamaliël had een eigen leerschool waar Paulus een van zijn leerlingen was. Dat hij wijs was, blijkt uit zijn woorden in deze tekst.

Teudas
Teudas was een joods revolutionair die zei dat hij de Messias was. De Romeinse procurator Cuspius Fadus liet hem en zijn volgelingen doden.
Volgens de Joodse geschiedschrijver Josefus trad hij op rond het jaar 44 na Christus, ongeveer tien jaar na de tijd waarin Lucas het optreden van Gamaliël situeerde.

Judas de Galileeër
Judas de Galileeër was een verzetsstrijder tegen het Romeinse gezag en een tegenstander van de volkstelling die Quirinius in 6 of 7 na Christus in Palestina hield. Hij vond dat de Joden vrij moesten zijn van elke vreemde overheersing en dat ze zeker geen belastingen moesten betalen aan Rome. Hij verzamelde rond zich een groep volgelingen die zich met geweld tegen de telling verzetten. Maar de meesten werden gevangen genomen, gemarteld en gedood, ook Judas de Galileeër was daarbij.
Volgens de Joodse geschiedschrijver Josefus stichtte hij de beweging van de Zeloten.





Bij de tekst

Context

Volgens Handelingen werden Petrus en Johannes eerder gearresteerd. Ze hadden een verlamde man genezen en Petrus had gezegd dat de genezing er kwam door ‘de Naam van Jezus Christus de Nazoreeër, die u hebt gekruisigd, maar die God heeft opgewekt uit de doden…’ (Handelingen 4, 10).
Toen lieten de hogepriester, de Schriftgeleerden en de oudsten Petrus en Johannes vrij op voorwaarde dat zij nooit meer iemand mochten toespreken met een beroep op deze Naam. Maar de apostelen trokken zich niets aan van dit verbod.

Na de rede van Gamaliël kregen de apostelen opnieuw het verbod om te verkondigen en een beroep te doen op de Naam van Jezus. Maar opnieuw trokken ze zich niets van het verbod aan en bleven ze verder spreken over Jezus als de Messias.





Bijbel en kunst

ANONIEM

Gamaliël

Gamaliel MEminiatuur

Middeleeuwse miniatuur - Britisch Museum